Derde zondag van Pasen - 18 april

Derde zondag van Pasen - Zondag ‘Juicht Gode toe!’

Beeld geronimo370.nl

EVANGELIE - Johannes 21, 15 – 24                                                        NBV - 2004

 

Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: 

‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?’ 

Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ 

Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 

Nog eens vroeg hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?’ 

Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ 

Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 

en voor de derde maal vroeg hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van me?’ 

Petrus werd verdrietig omdat hij voor de derde keer vroeg of hij van hem hield. 

Hij zei: ‘Heer, u weet alles, u weet toch dat ik van u houd.’ 

Jezus zei: ‘Weid mijn schapen. Waarachtig, ik verzeker je: toen je jong was deed je zelf je gordel om en ging je waarheen je wilde, maar wanneer je oud wordt zal een ander je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ 

Met deze woorden duidde hij aan hoe Petrus zou sterven tot eer van God. 

Daarna zei hij: ‘Volg mij.’

Toen Petrus zich omdraaide zag hij dat de leerling van wie Jezus hield hen volgde 

– de leerling die zich tijdens de maaltijd naar Jezus toegebogen had 

om te vragen wie het was die hem zou verraden. 

Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’ 

Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom. 

Maar jij moet mij volgen.’ 

Op grond van deze uitspraak hebben sommige broeders en zusters gedacht dat deze leerling niet zou sterven, 

maar Jezus had niet gezegd: ‘Hij zal niet sterven,’ 

maar: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat ik kom.’

 

Het is deze leerling die over dit alles getuigenis aflegt, 

en het ook heeft opgeschreven. 

Wij weten dat zijn getuigenis betrouwbaar is. 

Jezus heeft nog veel meer gedaan: 

als al zijn daden, een voor een, 

opgeschreven zouden worden, 

zou de wereld, denk ik, 

te klein zijn voor de boeken 

die dan geschreven moesten worden.

 

OVERWEGING

 

Houd je van me?

 

Vraagt Jezus aan Petrus… heb je me lief?

 

Zo’ n vraag stellen is op voorhand twijfelen aan de oprechtheid van de liefde. Twijfel, zoals Tomas twijfelt en eerst wilt zien en dan pas kan geloven. Tomas wilt zekerheid. Jezus wil een antwoord van Petrus: Petrus, houd je van me?

 

Als in een liefdesrelatie tussen twee mensen,

wanneer de een de ander vraagt: Houd je echt van me?

Dan kan zo’ n vraag de inleiding zijn om allerlei twijfel te zaaien.

 

De vraag wordt door Jezus gesteld in het laatste hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Alles is gezegd. Alles is geschreven.

Het is niet onopgemerkt gebleven. Zou de volksschrijver Gerard Reve zeggen.

 

Zo’ n laatste gesprek. Een drempelgesprek, voordat je afscheid neemt.

Je staat al met de deurknop in hand. Je wilt gaan. Je hoofd is in gedachten reeds elders. Je staat al buiten.

 

Op de drempel wordt die vraag gesteld, die je altijd al hebt willen stellen. De vraag heeft twintig hoofdstukken kunnen broeden. Houd je van me, vraagt Jezus.

 

Wat zou Jezus gedaan hebben, als dat rotsblok, dat luistert naar de naam Simon Petrus, de ruige borst, met de blanke pit, nee had geantwoord op de vraag van Jezus. Neen, Heer. Ik houd niet van U. Ik heb U niet lief.

 

En Heer, U weet dat, want ik heb U tot drie maal toe verloochend. Tot drie keer toe heb ik op vragen van de vrouwen daar in de hof van Getsemane.  Of ik u ken geantwoord met: Neen, nee en nog eens nee.

 

En dan ... dan … dan kraait de haan. De haan, die de nieuwe dag, een nieuw begin aankondigt. En Petrus weent bitter. Petrus wordt kleiner en kleiner.

Omstanders hoor je denken: Jezus, het is nu wel genoeg. Driemaal heeft hij gelogen, driemaal heeft hij nu zijn liefdesverklaring afgegeven. Dat moet voldoende zijn, Heer.

 

Dat kan tegen elkaar weggestreept worden. Het is nu weer gelijk. Maar gaat dat zo in de liefde? Ik geef jou, opdat jij mij geeft.

Kan mijn liefdesgave aan jou, kan die weggestreept worden tegen wat jij mij geeft? Dat we dan weer gelijk staan.

 

Petrus wordt op zijn plaats gezet en krijgt zijn opdracht mee de wereld in: Weid mijn schapen. Hoed je collega’s. Zie goed om naar al die pastoraal werk(st)ers, die straks in de wijngaard omzien naar de onderkant van ons samenleven, die de weg kwijtraken in de belastingfraudes, die hun huis door aardbevingen zien veranderen in een ruïne. Wees een herder voor hen die niet zo veel liefde hebben mogen genieten als jij. Kijk naar de echt misdeelden, die juist niet geholpen worden door al die Nederlandse politici van rechts en links.

Zie die kinderen die sterven aan corona. Zie hen die in hun stervensnood ronddolen op de zeeën.

 

Dit is de opdracht voor Petrus. Dit is onze opdracht als volgelingen van de opgestane Heer.

 

Driemaal stelt Jezus ‘de liefdesvraag’.

De drie liefdesvragen zijn nauw verbonden met de drie vragen van omstanders aan Petrus of hij Jezus kent. Driemaal ontkent hij. De haan kraait.

 

Geloof, Hoop, Liefde. De grootste van deze drie is de liefde.

 

Houden van. De liefde. Een verlangen. Liefde – het kent haars gelijke niet. Liefde – onmisbaar in het leven van een mens. Liefde beproefd, zoals Petrus tot de bodem van zijn ziel moet gaan om met heel zijn ziel en zaligheid die ultieme vraag van Jezus te beantwoorden. Petrus zegt niet ja. Petrus zegt: U weet dat ik van u houd. 

Wat staat Petrus in de weg om ja te zeggen: 

Ja, Heer, ik houd van u!”?

 

De vraag die Jezus aan Petrus stelt vormt de afsluiting van dit evangelie van Johannes. De laatste geschreven woorden zijn de samenvatting van alle vier de evangeliën. De kern van de goede boodschap wordt in dit vragenspel nog een maal gebundeld in de liefdesvraag. 

Wat staat de mens van vandaag, wat staat ons in de weg om te zeggen:

Ja, Heer, ik houd van u!”?

 

AMEN

 

VOORBEDE 

 

God, 

wees met ons in deze tijd van Pasen,

nu wij op velerlei wijzen

in vele berichten

weten

van de opstanding van uw zoon tot leven,

weten

dat de dood het laatste woord niet heeft

dat licht duister verdrijft,

dat tot vandaag dit leven brengende woord

ons draagt het leven door.

 

God,

U bidden wij voor hen

die strijden in de laatste fasen van hun leven.

Wees hen nabij,

dat zij in liefde worden vastgehouden door wie hen zo nabij zijn,

dat zij hun geliefden kunnen loslaten.

 

Dit bidden wij U

 

 


 

U kunt onze parochie in deze moeilijke tijd steunen via onderstaande Tikkie, of door een bijdrage op rekening  NL41INGB 0000 385245 ten name van Kerk-en Armenbestuur OK Gemeente Delft.

Directe link voor de Tikkie: https://tikkie.me/pay/OKKDELFT/6f5544Y9MXAXTXWs57hPCU

 

 

Oud-Katholieke parochie HH Maria en Ursula, Bagijnhof 21, 2611 AN Delft

 Techniek: Sync. Creatieve Producties