Zondag 14 februari - zesde zondag na Epifanie - zondag van de melaatse

 

Marcus 1, 40 -45

 

In die dagen kwam iemand naar Jezus toe 

die door een huidziekte onrein was. 

Hij smeekte Hem om hulp en zei, 

terwijl hij op zijn knieën viel: 

‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 

Jezus kreeg medelijden, 

stak zijn hand uit, 

raakte hem aan en zei: 

‘Ik wil het, word rein.’ 

En meteen verdween zijn huidziekte en hij was rein. 

Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 

‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, 

maar ga u aan de priester laten zien 

en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, 

als getuigenis voor de mensen.’ 

Maar toen de man vertrokken was, 

ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, 

met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, 

maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. 

Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen. 

  

Stil.                                                                                    

Nog steeds is het stil, heel stil in onze kerkgebouwen. Stil en leeg. Een enkele deur gaat open, staat open. Niet op de zondagmorgen. Niet voor de eredienst.

 

Een jaar lang zijn wij inmiddels in de greep van corona.

Corona - oorspronkelijk een lichtkrans om de zon, te zien bij een zonsverduisternis.

 

In februari van het vorig jaar, aan de vooravond van de vasten tijd schrijft mijn Italiaanse collega Iginio Passerini, pastoor in Codogno, een dorpje in Lombardije, het centrum van het centrum van het corona virus in Italië dat hij met en voor zijn parochianen geen eucharistie meer zal vieren.  Hij schrijft: 

 

Het kost ons zeker moeite om de zondagviering op te geven waarin we ons "trouwe mensen" voelen. Maar we verwelkomen deze onthouding als een vorm van vasten.

Als een leermoment om de honger waar te nemen van degenen die voelen dat ze niet zonder de eucharistie kunnen leven.

Dit is het offer dat wij brengen ten koste van de zondagviering.

Maar wij brengen dit offer voor het welzijn van de hele gemeenschap.

Het offer wordt gebracht als een gebaar van liefde voor de Heer. 

De spirituele gemeenschap is een ware vervanging als de viering van de eucharistie uit nood niet gevierd kan worden.We verwelkomen deze ervaring van het vasten van de eucharistie in de parochiegemeenschap, nu de vasten tijd aanbreekt.

Nog steeds en opnieuw vieren wij geen eucharistie, ontmoeten wij elkaar niet

dan enkel via - de levende stroom - de ‘lifestream'. De levende stroom zou zomaar de naam kunnen zijn van een nieuw kerkgenootschap.

 

We vieren geen eucharistie. We houden afstand komen niet op bezoek.

Er is geen achtste sacrament, zoals mijn oude leraar Jan Visser leerde:

 

Geen Credo zonder koffie.

Geen koffie zonder Credo.

 

Begin van deze maand wandel ik in stilte langs de Noordzee kust op het eiland Texel. Jezus gaat aan mijn zijde met mij mee. Ik ben niet alleen.

 

Mijn mobiele telefoon tingelt. Een appje, zoals dit heet. De Aartsbisschop elect vraagt

of ik 14 februari preek en voorbeden wil verzorgen.

 

14 februari: Valentijnsdag

14 februari: onze Aartsbisschop elect staand aan de vooravond van zijn verkiezing.

14 februari: de zesde zondag na Epifanie - de zondag van de melaatse.

 

De melaatse …

Echter: in de lezingen van vanmorgen ben ik die melaatse niet tegen gekomen.

We horen wel van een man, van een iemand met een huidziekte.

De melaatse is niet te vinden.

Op zoek in andere vertalingen tref ik de melaatse wel aan, een mens melaats van onder tot boven. Ook wordt van huidvraat gesproken, zelfs van de Egyptische ziekte.

Het in het Grieks geschreven evangelie spreekt van lepra.

 

En er kwam naar hem toe een leproos,

viel voor hem op z’n knieën,

en smeekte:

als u wilt kunt, u mij rein maken.

 

Ook de naam van Jezus ontbreekt. Er is enkel sprake van hij en hem. Eveneens ontbreken de tijd en de plaats waar deze ontmoeting zich afspeelt.

 

Tijd en ruimte zijn een illusie.

zegt Albert Einstein

 

Zonneklaar is de nood van de man met lepra. Vanwege besmettingsgevaar zal de man buitengesloten zijn, uitgestoten, verbannen uit de leefgemeenschap,

onaanraakbaar, eenzaam levend in quarantaine, hoe lang al?

 

Zoals velen nu vanwege thuisblijven en avondklok, terug geworpen zijn op zichzelf,

niet onder de mensen.

 

De leproos vraagt niet om genezing maar om een reiniging van zijn lepra.

Zeer, diep wordt hij geraakt. Tot in het diepst van zijn ingewanden.

Hij ziet deze mens. Ecce homo: zie de mens.

En dan die zin, die een zin:

 

Hij steekt zijn hand uit

en raakt hem aan.

 

Hoe zeer verlangen velen, u, wij nu naar zo’ n knuffel. 

Soms schiet je in de fout en omhels je de ander.

 

De onaanraakbare wordt aangeraakt, wordt rein.

Hou het stil, zegt hij. Hij houdt het niet stil, schreeuwt het uit.

 

De rollen zij nu omgekeerd: de leproos komt uit zijn eenzame stilte 

en spreekt ieder aan die het horen wil.

Hij die aanraakt vraagt om stilte.

 

Zeven eeuwen voor de reiniging van de anonieme mens door de aanraking 

treffen we Naaman aan in de buurt van de stad die nu Damascus heet.

Naaman: legeraanvoerder, een grote kerel, een man van aanzien.

En getroffen door  … in onze vertaling van vandaag: een huidziekte.

 

Martin Buber vertaalt melaatsheid. 

 

In het leerhuis spreekt onze lerares

over Naaman en zijn ziekte.

De ziekte, die geen ziekte is luidt in het Hebreeuws: tsara ‘ at.

Er is geen goede vertaling tot nu toe.

 

Maimonides - rabbijn en arts - ontdekt dat wat over de Thora over deze ziekte zegt

niet klopt met wat erover geschreven wordt

De huid van de mens wordt wit evenals de kleding van de mens, de muren van het huis.

 

De vlag dekt de lading niet. Er is een bijzonder verband tussen deze kwaal en kwaadspreken. Dan spreken we niet over een roddel maar woorden spreken die kunnen doden, lasteren, belasteren. Gal wordt gespuwd.

 

Als voorbeeld wordt Mirjam, de zus van Mozes genoemd: zij belastert haar broer

omdat hij getrouwd is met een Nubische, zwarte vrouw.

Ook toen: Black lifes matter. 

Mirjam wordt geslagen met deze ziekte.

 

De kwaadspreker heeft de grens van het betamelijke overschreden, is over grenzen heen gegaan.

 

Op voorspraak van de slavin die weet van de God van Israël laat de grote Naaman zich door de profeet Elisa gezeggen: om zich klein te maken, af te dalen de grensrivier de Jordaan in, om zeven maal onder te gaan, om als nieuw herboren mens op te staan. Zeven maal – het getal van de volheid. 

 

Bij deze ‘kwaal’ is er sprake van kwaadspreken.

Wat kwaad spreken vermag. Woorden kunnen kwetsen, beschadigen, kunnen wonden slaan in je zelfvertrouwen. Wonden, die dieper snijden dan de wond in je lichaam. Kwetsende woorden kunnen relaties schaden, vertrouwen vernietigen.

 

We sluiten af met de woorden van de psalm.

Elke psalm is als een verdichting van het leven.

 

Marjon zong het ons vandaag voor. Als wij als gemeente straks weer luidkeels mogen mee – zingen, zingen we met de psalmist mee:

 

Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven,

van wie de zonden worden bedekt.

Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt,

als in zijn geest geen spoor van bedrog is.

Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich,

zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

 

AMEN

 

 

Bron foto: Jenna Hamra, pexels.com

 

 


 

U kunt onze parochie in deze moeilijke tijd steunen via onderstaande Tikkie, of door een bijdrage op rekening  NL41INGB 0000 385245 ten name van Kerk-en Armenbestuur OK Gemeente Delft.

Directe link voor de Tikkie: https://tikkie.me/pay/OKKDELFT/6f5544Y9MXAXTXWs57hPCU

 

 

Oud-Katholieke parochie HH Maria en Ursula, Bagijnhof 21, 2611 AN Delft

 Techniek: Sync. Creatieve Producties