Een halve eeuw pastoor Harderwijk (3 delen)

Oud-Katholieke Kerk Delft 1850 -1900

Op zoek naar het levensverhaal van mijn grootvader Jan, als pedel van het Delftsch Studenten Corps indertijd een bekende Delvenaar, kwam ik via zijn geboortehuis op het spoor van de eveneens aan het Bagijnhof gelegen oud-katholieke kerk en pastoor Harderwijk, bijna buren van de familie Schipper. En daarin bleek ook een verhaal te zitten. Vijftig jaar lang, 1850–1900, kom je pastoor Harderwijk tegen. Bij nadere beschouwing blijkt het om twee pastoors te gaan: Cornelis (1850–1878) en zijn neef Christianus Antonius (1878–900).

Victor Schipper

1. Bagijnhof

Jan Schipper, mijn grootvader, wordt 5 april 1867geboren op Bagijnhof nummer 31. Vader Gijsbert is winkelbediende in de Tabak, Snuif, Koffij, Thee, Sigarenwinkel van Buyteweg (nu Versteegh Jeans) Jacob  Gerritstraat/hoek Burgwal. Hij woont met vrouw en vier kinderen dan al dertien jaar in het naar 21-eeuwse begrippen piepkleine huisje met een woonoppervlak van nog geen 64 m², maar voor die tijd is het zo gek nog niet. Voor de kleine burgerij, waartoe de familie Schipper behoort, is het een alleszins acceptabel huis. 

Beneden een achterkamer 3.80 x 3.80 m. met bedstee en een voorkamer 2.70 x 2.70 m. Boven een grote zolder van 8.00 x 3.90 m. Op de plaats aan de achterkant van het huis een eigen privaat (wc) met ton, een welput met pomp voor water en een zinkput om afvalwater weg te gooien. 

(Vragenlijst Woningonderzoek Gezondheidscommissie 31 October 1908)

Bagijnhof 31 maakt deel uit van een rijtje van vijf huizen, net na het poortje vanaf de Oude Delft links. De huizen worden in 1852 gebouwd op de plaats van vier oudere huizen en in 1913 gesloopt als de Christelijke Wijk- en Ziekenverpleging ‘Bethel’ het ziekenhuis aan de Oude Delft uitbreidt op het Bagijnhof.

Aannemer P. van der Heijden, 28 november 1851 aan pastoor C. Harderwijk:

“Bestek en Voorwaarden waarnaar de Weleerwaarde Heer Pastoor C. Harderwijk voornemens is bij onderhandsche inschrijving aan te besteden aan P. Van der Heyden Mr. Timmerman het maken van vijf stuks nieuwe woonhuizen op den gronden thans bestaande vier oude woonhuizen aan de Zuidzijde van het Bagijnen Hof met de achterafdaken en de vijf privaten (…)” 

Hierna volgen twaalf artikelen, onder andere:

“Art. 10 Tijdsbepaling: Dadelijk nadat bekomen approbatie zal de aannemer het werk moeten beginnen en hetzelve met yver moeten voor zetten met het klaar maken van kozijnen ramen deuren. zolders enz. en een begin te kunnen maken met het afbreken der oude gebouwen met den 6 February 1852. En met den nieuwen opbouw een aanvang nemen met den 1 sten Maart 1852. En daarvan het geheele werk moeten opleveren volgens bestek en teeking met den eersten Junij deszelfs jaars. (…)

Alzoo bekent de ondergeteekende het bovenstaande werk te hebben aangenomen voor eene som van Vier en twintig honderd acht en vijftig guldens. 

Delft 28 November 1851. 

P. Van der Heijden, Meester Timmerman” (Gemeentearchief Delft 444, 308)

Het geboortehuis van mijn grootvader is dus een huis van de Roomsch Catholyke Gemeente van de Cleresie of Oud Catholyke gemeente, zoals het kadaster vermeldt.        

Het verbaasde me dat mijn hervormde overgrootvader met zijn gezin in een oud-katholiek huis woonde. Maar dat is niet zo gek. De kerk bezit naast de kerk en de pastoorswoning nog twaalf huizen aan het Bagijnhof, grotendeels bewoond door andersdenkenden. Op het Bagijnhof wonen acht leden van de kerk: de pastoor, zijn zuster Alida en dienstbode Johanna Laus, buurvrouw Niesje Struijk en aan de andere kant van de kerk mandenmaker Christiaan van Schaik, zijn vrouw en inwonende Agatha de Wilde, daarnaast weduwe Francina van Heerden, inwonend bij de hervormde onderwijzer Mension.  Naast de acht oud-katholieken zijn de meeste bewoners van het Bagijnhof hervormd, de helft daarvan rooms-katholiek, enkele bewoners zijn lutheraan, gereformeerd of afgescheiden. (Bevolkingsregister 1861)

In heel Delft wonen dan 20.636 zielen, waarvan 10.409 Nederduitsch Hervormden, 7399 Roomsch-Catholijken en 66 Oud-Roomschen of van de Bisschoppelijke Klerezij. (Jaarboekje Delft 1861)

De kerk bezit ook nog enkele huizen in het Hofje van Almonde, de Dirklangenstraat en aan de Stadsvest. Alle huizen staan op of in de directe omgeving van het Bagijnhof. De huuropbrengsten van deze ca. twintig huizen zijn goed voor ongeveer 40% van de jaarlijkse inkomsten van de kerk.

Het Bagijnhof, tussen Phoenixstraat en Oude Delft, is een van de oudste plekken van Delft. Begijnen, weduwen of ongetrouwde vrouwen zonder kloostergelofte, wonen hier samen in huisjes rondom een tuin of hof met een kerk. Na de Reformatie mogen de begijnen er blijven wonen, het Bagijnhof wordt een rooms-katholieke enclave in een protestantse stad. De kerk van de begijnen wordt afgebroken, kort daarna verrijst er een nieuwe rooms-katholieke (schuil)kerk met de bekende priester-dichter Jan Baptist Stalpaert van der Wiele (1579–1630). In de achttiende eeuw vindt de afscheiding van de Rooms-Katholieke Kerk plaats en gaat de kerk verder als een oud-katholieke kerk.

Bagijnhof Zuidzijde, huizen van de Oud-Katholieke Kerk (Gemeentearchief Delft)

Het Bagijnhof is een afgesloten hof. Je kunt er maar van twee kanten binnenkomen: vanaf de Vest bij de oliemolen en door het poortje vanaf de Oude Delft. De geluiden van de drukke Oude Delft – veel varend vrachtverkeer en een hoofdroute voor overig verkeer: paarden en wagens, handkarren, later de paarden-/stoomtram – zijn goed te horen op het Bagijnhof. Daarbij komt het geluid van de bedrijvigheid op het Bagijnhof zelf: ambachtslieden, pakhuizen en spelende kinderen. Een gemêleerde bevolking: de grootste groep bestaat uit ‘kleine luyden’ zoals knechten, arbeiders en sjouwers. Daarnaast nogal wat werkende vrouwen: werksters, naaisters, wasvrouwen en weduwen. Middenstanders: winkelier, water- en vuurverkoopster, turfhoudster en ambachtslieden: timmerman, smid, schoenmaker, mandenmaker, bezemmaker. Verder koetsiers, een gepensioneerde militair, een onderwijzer en de schoolhouderesse van de Sophia Bewaarschool voor behoeftige kinderen, die dagelijks wordt bezocht door tweehonderd kinderen. Maar niet door mijn grootvader, die te behoeftig is om de school te bezoeken. Vader Gijsbert overlijdt in 1868 op 40-jarige leeftijd, waarna zijn weduwe en de kinderen van de karige bedeling – drie roggebroden en twaalf stuivers per week – moeten leven.

‘Een halve eeuw pastoor Harderwijk’ speelt zich af op het Bagijnhof, 1850–1900. De volgende afleveringen zullen gaan over oom en neef Harderwijk, pastoors van de oud-katholieke kerk aan het Bagijnhof. 

 

Oud-Katholieke parochie HH Maria en Ursula, Bagijnhof 21, 2611 AN Delft

 Techniek: Sync. Creatieve Producties