Tweede zondag van de Veertigdagentijd - 28 februari

Devetaki grot, Bulgarijë; foto Eclipsa, via Wikimedia commons, CC BY-SA 3.0.

1 Koningen 19, 9-18

Marcus 9, 2-10

 

GOD, MIJN GELIEFDE

 

 

‘Lees mij een verhaal voor, voor ik ga slapen.’

 

‘Nee.  Jij bent veel te oud om een voorgelezen verhaal te horen.’

 

‘Niet waar!  Want als je mij een verhaal voorlees, dan ben ik weer kind.  En een kind is vanzelf wijs.  Een kind heeft nog niet geleerd wat-ie hoort te denken.’

 

‘Dat klinkt inderdaad wijs.  Je wilt doordringen tot de kern van het verhaal, zonder dat wat je eerder hebt geleerd in de weg staat.’

 

‘Juist.’

 

‘Goed.  Ik ga beginnen met de ontmoeting die Elía heeft met God.’

 

                        Elía ging een grot binnen en overnachtte er.  Toen kwam 

                        het woord van de HEER tot Elía:  Wat doet gij hier, Elía?

 

‘Wacht even met de rest van het verhaal.  Het begin is al fascinerend genoeg.  Het raakt mij!  Elía ontmoet God niet in een boek, niet in een synagoge of tempel, niet in een verhaal.  Elía ontmoet God in een grot.’

 

‘Klopt.’

 

‘Ja.  In een grot ben je losgekomen van je dagelijkse beslommeringen.  Je bewoont een wereld die dichterbij je is dan het normale leven.  Je bewoont een wereld waarin je dromen ontvangt.  Kortom, je hebt een ander bewustzijn dan gewoon.’

 

‘Wat wil je daarmee zeggen?’

 

‘Misschien heb je een ander bewustzijn dan gewoon nodig, wil je openstaan voor een ontmoeting met God.’

 

‘Nou, dat is inderdaad wijs.  De wijsheid van een kind?  De wijsheid van iemand die het kind in zichzelf niet verloren heeft, niet verleerd heeft?’

 

‘Lijkt mij normaal, wat ik zei.  Maar lees maar verder . . .’

 

                        De HEER zei:  Ga naar buiten en treed voor de HEER op de berg.

 

‘Maar voor Elía de kans krijgt om naar buiten te gaan, gebeuren er achter elkaar een storm, een aardbeving en een vuur.  En in geen van deze gewelddadige verschijnselen is God aanwezig.’

 

‘Natuurlijk niet.  Want God ontmoeten we in een grot, in onze binnenkamer.  Ik moet mij vaker terugtrekken in mijn binnenkamer!’

 

‘Dat is denk ik de kern van het verhaal.’

 

‘Maar ik ben nog niet moe genoeg om te gaan slapen.  Kun je mij nog een verhaal vertellen?’

 

‘Ja.  Je hoorde net dat God Elía vroeg om voor God op de berg te treden.  Van de grot naar de berg.  Van diep binnen de gewone wereld tot hoog boven die wereld uit.  En dit verhaal gaat ook over een berg, maar nu over een andere profeet:  Jezus.’

 

‘Vertel!’

 

                        . . . daarna nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee

                        en leidde hen op een hoge berg in de eenzaamheid.

 

‘Wacht even.  Een hoge berg in de eenzaamheid: is dat niet ongeveer gelijk aan een grot, waar je in de eenzaamheid God ontmoet, ver van de gewone wereld, ver van het dagelijkse leven?’

 

‘Juist!’

 

                        En hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd.  Zijn kleren werden 

                        zo blinkend wit als geen bleker ter wereld ze zou kunnen maken.

 

‘Ho, even.  Wie was er bij om ons te vertellen dat de kleren van Jezus zo onwaarschijnlijk wit waren geworden?’

 

‘Waarschijnlijk niemand.  Want dit is een verhaal van mensen die ineens gingen zien op een andere manier dan gewoon.  Het is een verhaal, net als van Elía, van een ontmoeting met God.  Eerder in een grot.  Nu op een berg.’

 

                        En er kwam een wolk, die hen overschaduwde en uit die wolk

                        kwam een stem:  Dit is mijn geliefde Zoon, hoort naar hem!

 

‘Ik word er stil van.  Even stap ik uit het verhaal, want ik wil weten hoe het mogelijk was dat iedereen die stem hoorde.  Hoorden ze allemaal dezelfde stem, wellicht een innerlijke stem?  Of is het verhaal maar een reclamestuk voor Jezus als geliefde Zoon?’

 

‘Nu moet ik het antwoord aan jou overlaten.’

 

‘Toen je de verhalen aan mij voorlas, was ik erbij.  Eerst ging ik naar de grot met Elía.  Daarna beklom ik de berg met Jezus en zijn maatjes.  Vervolgens hoorde ook ik de stem.  En weet je?  Ik voelde me ook aangesproken door die stem.  Ook ik voelde me de geliefde van God.  Zou het waar zijn?’

 

‘Weer moet ik het antwoord aan jou overlaten.  Zelf geloof ik dat je gelijk hebt.  Net als Jezus zijn ook wij de geliefden van God.’

 

‘En als wij de geliefden van God zijn, dan is God ook onze geliefde, niet waar?  Dit verandert mijn leven enorm.  Nu kan ik mijn ontmoeting in de grot en mijn ontmoeting op de berg meenemen naar mijn ontmoetingen in het dagelijkse leven.  Want ik ben geliefd.  Niets komt ertussen.  Ik ga leven voor God, mijn Geliefde.’

 

 

 

VOORBEDE  

van Etty Hillesum, 12 juli 1942

(Het verstoorde leven, p. 132)

En dit is het enige, wat we in deze tijd kunnen redden en ook het enige, waar het op aankomt:  een stukje van jou in onszelf, God.   En misschien kunnen we ook er aan meewerken jou op te graven in de geteisterde harten van anderen.  En haast met iedere hartslag wordt het me duidelijker: . . . dat we jou moeten helpen en dat we de woning in ons, waar jij huist, tot het laatste toe moeten verdedigen.

 

 


 

U kunt onze parochie in deze moeilijke tijd steunen via onderstaande Tikkie, of door een bijdrage op rekening  NL41INGB 0000 385245 ten name van Kerk-en Armenbestuur OK Gemeente Delft.

Directe link voor de Tikkie: https://tikkie.me/pay/OKKDELFT/6f5544Y9MXAXTXWs57hPCU

 

 

 

Oud-Katholieke parochie HH Maria en Ursula, Bagijnhof 21, 2611 AN Delft

 Techniek: Sync. Creatieve Producties