Preek Aartsbisschop 10 juni 2012

Sacramentsdag

Diakenwijding Robin Voorn

10 juni 2012

Gelovigen leven in twee werelden. De wereld van de mensen zoals die is, alle dagen maak je het mee. Soms zijn ze aardig voor elkaar, soms ook hard. Het is de wereld van ‘eten en gegeten worden’, de wereld van verraad, van jaloezie, de wereld waarin welvaart onrechtvaardig verdeeld is en wij elkaar in de steek laten.

En er is de wereld van de liturgie, de ‘sacramentele wereld’ waarin onze ogen geopend worden en waar kunnen zien dat verraad en jaloezie, onrecht en verlaten worden nu werkelijk niet het laatste is waartoe mensen in staat zijn. In de ‘sacramentele wereld’ wordt het ons gegeven te zien dat er toekomst is. Want als wij hier het brood zullen breken en de beker zullen delen met elkaar om de Heer te gedenken, dan belijden we dat er een wereld komt waar brood is voor allen en niemand nog verlaten is én dat degene die zijn leven voor die toekomst gaf, nu zelf ook toekomst is. Niet in de zin dat Hij toekomstmuziek zou zijn, maar integendeel dat in Hem de toekomst voor altijd begonnen is en niet meer teruggedraaid kan worden.

Want het gedenken van Jezus in de eucharistie is niet: rondbazuinen dat hij de dupe werd van aardse machten. Wat we gedenken en vieren is dat wat aanvankelijk een ondergang ten gevolge van die aardse machten lijkt te zijn, eigenlijk hun ontwapening is. Al die mensen die zweren bij het hoog gedoe van eigen profijt zonder naar een ander om te zien en die daar zelfs mensen aan opofferen, staan in de wereld van het sacrament voor schut. Want hier ontsluit Hij onze toekomst…Immers: ze hebben Jezus dan wel kunnen ombrengen, maar daarmee geen einde kunnen maken aan Gods omzien naar mensen waarvan Jezus de ultieme expressie was en blijft…in die zin heeft men de mens Jezus kunnen doden, maar zijn wezen dat Gods goedheid en mensenliefde is, heeft men niet kunnen breken. Want dat is de Verrezene: Gods wezen dat heel en al ‘omzien naar mensen’ is.

Bisschop Romero van San Salvador, meer dan 30 jaar geleden vermoord om zijn omzien naar de armen, zei het nog enkele weken voor zijn dood : ‘mij kunnen ze wel doden, maar niet de stem van de gerechtigheid’. In die richting moet men dus de verrijzenis denken. Met andere woorden: dat de Heer verrezen is wil zeggen dat Hij als Gods Woord van Vriendschap niet stuk is gelopen op de dood. En wat we hier gedenken en vieren is dat dat Woord nog steeds tot ons gesproken wordt en, meer nog, als levende uitnodiging onder ons aanwezig is…en dat maakt het verschil. Wat het einde van een droom scheen te zijn – te mooi om waar te zijn! – dat is feitelijk een ‘effectieve utopie’, een utopie die iets vermag. Het is die utopie die aan ons hier bijeen rond deze tafel geschiedt: in ons hart geraakt te worden door de Verrezene en door Gods niet aflatend omzien naar mensen, naar onszelf maar naar de armen eerst want die komen het meest tekort.

Daarom gaan we hier anders vandaan dan we gekomen zijn.

We zijn veranderd als we opnieuw die eerste wereld ingaan. Want we hebben gezien dat het mogelijk is je leven voor elkaar te geven. Wij hebben hier ervaren dat er een uitweg is: dat het mogelijk is dat alle armen genoeg te eten te krijgen en dat er geen mensen meer verraden en verlaten worden. Hier rond deze tafel is immers gebeurd: hier laten we ons raken en geven we onszelf,aan Gods liefde en aan elkaar…zie je wel dat de Heer hier werkelijk tegenwoordig is! Hier worden we ingelijfd, ge-incorporeerd, tot één lichaam, Zijn lichaam, dat opnieuw aan die wereld gegeven wordt opdat het met honger en onrecht uiteindelijk uit zal zijn. Wij zijn het lichaam van de Verrezene, drager van het wezen van God: Gods’ goedheid en mensenliefde! De kerk al lichaam dus, met Jezus als Hoofd van dat lichaam. Daarom zegt Augustinus in de vierde eeuw over de gelovigen die eucharistie vieren dat ze in feite ontvangen wie ze zijn: lichaam van Christus. En een andere kerkvader, Cyprianus – hij leefde in de derde eeuw, zegt dat de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer niet zozeer in het brood te zoeken is, maar in de gemeente, in de gelovigen die samen vieren. In dezelfde zin bedoelt hij dan ook dat er ‘buiten de kerk geen heil is’. Waar zouden we dat heil immers ook gaan anders gaan zoeken? De kerk, wij dus, is toch drager van dat heil dat God aan mensen wil doen gebeuren.

Wij zijn anders geworden als we straks van hier weggaan. We worden hier dus getransformeerd. Maar ook de wereld is anders geworden, want een beetje minder wanhopig, een beetje minder ‘zonder uitzicht’, een beetje minder overgeleverd aan de al te menselijke gang van zaken van het ‘eten of gegeten worden’.

Wat we hier op tafel leggen straks zijn gaven van de aarde, vruchten van de schepping: brood en wijn. En op en naast het altaar staan bloemen en kaarsen, en we branden geurende wierook…al het goede dat ons gegeven is er. En daarbij leggen we onze vreugde en ons verdriet, onze inzet en arbeid, onze zorg om mensen, in de voorbeden…we brengen het allemaal bijeen op deze tafel in die andere wereld van de liturgie…opdat dat alles aangeraakt zou worden door Gods wezen en opdat niet alleen wij, maar ook alles wat ons gegeven wordt er alleen nog zou zijn om te spreken van Gods goedheid en mensenliefde. Opdat dat alles sacrament zou zijn van Gods omzien naar mensen! We leren hier niet alleen met andere ogen te zien, de werkelijkheid zelf wordt hier ook anders. De werkelijkheid wordt hier getransformeerd tot wat ze in wezen is: teken van Gods goedheid en mensenliefde.

En dan stond daarnet hier ook een jonge man in het midden. Ook iemand zoals wij allemaal: in al zijn beperktheid, maar bereid om zich in het hart te laten raken en zich te laten transformeren, omvormen, tot belangeloze gave aan anderen, teken van Gods omzien naar mensen. Uit verschillende hoeken hebben hij en wij signalen gekregen dat hij een goede diaken en wellicht straks een goede priester zal zijn. We geloven dat we in al die signalen uiteindelijk de roep van de Heer mogen herkennen die zijn lichaam wil toerusten. De Heer wil ons de mensen geven die we nodig hebben om ons eraan te herinner dat Hij het initiatief neemt ons rond deze tafel te verzamelen. Daarvan is de diaken de boodschapper. Hij verkondigt dit goede nieuws, want dat is het uiteindelijk! Waar zouden we zijn als we opgesloten zouden blijven in die ene wereld met zijn al te menselijke gang van zaken? De diaken roept ons naar buiten en verzamelt ons hier. Hij collecteert onze zorgen en vreugden in de voorbeden, hij collecteert onze gaven, en maakt de tafel klaar. Daarom moet hij ook vertrouwd zijn met onze zorgen, met onze vreugden en ons verdriet, met het lijden van mensen, met hun vragen en zoeken…want dat alles legt hij hier straks op het altaar. En hij bewierookt ons. Het is een uiting van Gods eigen respect voor ons en van ons opgenomen worden in het Lichaam dat hier rond deze tafel ontstaat. Hij deelt de gaven uit en draagt er zorg voor dat de band die hier ontstaat ook geëffectueerd wordt. De diaken let erop dat iedereen erbij betrokken wordt, ook degenen die hier niet zijn omdat ze bv. ziek zijn want daar brengt de diaken de communie aan huis. En hij doet de wegzending. Hij stuurt ons dus weer naar die andere wereld want daar is het dat Verrezene aanwezig wil zijn. Op die wijze is de diaken de bruggenbouwer tussen de twee werelden waarin wij als gelovigen leven en haalt hij ons bijeen en houdt hij ons bijeen, als een bezige spin in het web van het Lichaam van Christus dat uiteindelijk de hele wereld omspannen zal. Daarom trekt de diaken met ons ook de wereld in, om die wereld te transformeren. Daarom gaan we uit naar hen die geen leven hebben, want daar is de transformatie het dringendst en het meest radicaal… En zo is deze diaken ook als leraar en schoolpastor boodschapper van het Goede Nieuws bij de leerlingen op school. Opdat ook zij Gods omzien naar hen zouden mogen ervaren.

En het zal dan zo zijn dat er uiteindelijk geen twee soorten mensen meer zijn: degenen die teveel hebben en degenen die tekort komen, én dat er geen twee werelden meer zijn, maar dat er slecht één overblijft: de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar tranen afgewist zijn, geen dood is er, en geen rouw meer is, noch moeite noch geschreeuw…de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

Inderdaad: als je goed kijkt, dan kun je het weten, want hier is het reeds te zien…het wordt nog spannend!

Dankjewel, Robin, en welkom in de geestelijkheid van ons bisdom. Dankjewel Marike. Dank dat jullie elk op je eigen wijze jullie willen wagen aan deze droom. Het is echt de moeite waard!

+ Joris Vercammen.

Oud-Katholieke parochie HH Maria en Ursula, Bagijnhof 21, 2611 AN Delft

 Techniek: Sync. Creatieve Producties